This is an old revision of the document!
1. Plaat oppervlak : Stel in : Schroef de veerdruk blokkeerring helemaal omhoog en laat het spindeltje zakken tot tegen het graveermateriaal. Als de neusconus nog op de spindel zit is het mogelijk om vlottend (floating) te graveren. Als de neusconus verwijderd werd vooraleer met de procedure voor het instellen van het plaatoppervlak begonnen was, kun je je nu de veerdrukring terug omlaag schroeven om de veerdruk te blokkeren zodat de dieptes uit het graveerprogramma uitgevoerd kunnen worden.
2. Plaat oppervlak : Auto : In deze mode moet de spindel altijd vlottend (floating) gebruikt worden, dus met de veer drukring helemaal omhoog gedraaid.
3. Plaat oppervlak : Digitaliseer : Draai de veer drukring helemaal omhoog. Verwijder de neusconus houderring en de neusconus met het afzuigvoetje van de spindel. Plaats de optionele sferische staaf in de spindel. Plaats de spindel in de linker bovenhoek van een denkbeeldige rechthoek waarvan je het oppervlak wilt digitaliseren, specifieer de breedte en de hoogte van dat veld, de steekafstand, enz. Eenmaal het vlak gedigitaliseerd kun je de digitaliseerstaaf vervangen door een graveerfreesje, je stelt het plaatoppervlak in binnen die denkbeeldige rechthoek, je blokkeert de veerdrukring en je graveert de job.
Je kunt wisselen tussen deze 3 opties door op het gewenste ikoon te klikken in het “Plate Surface” veld in het Cyborg virtuele toetsenbord.
In deze mode gebruikt het systeem de ingebouwde benaderingsschakelaar om het plaatoppervlak te bepalen, zowel voor werken met als zonder neusconus Hoe de “stel in” optie te gebruiken: Bij deze optie zorg je ervoor dat de gekartelde veerdrukring helemaal omhoog gedraaid is. Plaats de spindel boven het te graveren materiaal en klik op de “oppervlakte instellen” knop. Je kunt nu de Z omlaag of de Z omhoog toetsen indrukken om de spindel op die hoogte te brengen waar je Z = 0 wilt hebben, druk de Enter
toets in het set surface venster, of je kunt de Z omlaag
toets drukken tot de spindel nog een kleine afstand boven de plaat is, dan druk je de “Probe”
toets in het “set surface” venster. Zolang je de “probe” toets blijft drukken zal de spindel traag omlaag bewegen en het Z=0 niveau wordt automatisch ingesteld.
In this mode the system can only be used with nose cone, hence in the floating mode. With the first Z down move the spindle will travel down and reach the material. The nosecone will stop the spindle movement, whilst the Z-motor still continues to move the inner spring loaded Z-assembly down. Shortly after the nosecone reaches the material surface, an electronic proximity switch will be activated. That signal indicates to the machine that the Z-down movement has to stop, and the XY movements, in other words the engraving of the character, can start. After having engraved the first character (or vector) the cnc controller knows exactly where the plate surface is and will use this level for all remaining characters (or vectors). Note: When using the “Auto Z” option, make sure the black knurled spring pressure ring is screwed all the way up.
In this mode the system will digitize the surface of a non flat object. This scanning cycle results into a rectangular cloud of points, each with a particular X, Y, and Z coordinate. This cloud of points is automatically saved into the controller’s memory. The job(s) which is (are) engraved afterwards, are automatically projected onto this 3d relief. This makes it possible to engrave on uneven surfaces without the help of a nosecone.
Continue to daily maintenance.
Continue to the table of contents.